Voeding & gezondheid11 september 2026

Zelfvoorzienend leven: hoeveel van je eten zou je eigenlijk zelf willen produceren?

Als tijd geen rol speelde, hoeveel van je eten zou je dan zelf willen produceren? Over eieren, zachtfruit, bodemleven en de grens tussen ideaal en gedoe.

Groenten uit de eigen moestuin op het landgoed

Als tijd geen rol speelde, hoeveel van je eten zou je dan zelf willen produceren?

Toen ik mezelf die vraag stelde, was mijn eerste antwoord eigenlijk: bijna alles. Niet letterlijk alles natuurlijk. Ik zie mezelf hier in Friesland nog niet zo snel mijn eigen avocado's, grapefruit en bananen voor de kinderen telen. Maar groenten? Ja. Aardappels en zoete aardappels? Ja. Fruit en zachtfruit? Absoluut. Appels, walnoten, hazelnoten. En kippen voor eieren en vlees zouden bij mij met stip op nummer één staan.

Het liefst zou ik ook ons eigen rund- en varkensvlees produceren. Maar goed, dan heb je het al snel over een heel andere hoeveelheid grond en ruimte.

En toch begon ik tijdens het nadenken ook onmiddellijk te twijfelen. Want als ik morgen helemaal niet meer hoefde te werken om geld te verdienen, zou ik dan werkelijk de hele dag mijn eigen voedsel willen produceren? Nee. Ik zou ook met andere dingen bezig willen zijn. Nieuwe dingen leren. Avonturen beleven. Tijd met de kinderen doorbrengen.

En precies daar zit voor mij inmiddels de interessante vraag achter zelfvoorzienend leven. Niet: hoe kan ik alles zelf produceren? Maar: wat wil ik eigenlijk weer zelf gaan doen?

Waarom zou je überhaupt je eigen voedsel willen produceren? Voor mij begint het bij weten waar mijn eten vandaan komt. Neem eieren. Wij eten er thuis behoorlijk wat van en de kinderen zijn er gek op. Ik vind kippen bovendien fantastische dieren om te houden.

Maar ik weet ook hoe veel kippen worden gehouden. Zelfs een keurmerk of het woord 'biologisch' vertelt je nog niet precies hoe het leven van die individuele kip eruitziet. Wat ik wil zien, is een kip die buiten rondscharrelt. Die gras en planten eet, achter een insect aan gaat, zonlicht krijgt en zelf kan onderzoeken wat er om haar heen te vinden is.

Onderzoek naar kippen met toegang tot grasland laat zien dat wat een kip buiten eet daadwerkelijk invloed kan hebben op de samenstelling van haar eieren. In verschillende studies werden onder andere verschillen gevonden in carotenoïden en het vetzuurprofiel, waaronder meer omega 3 en een andere verhouding tussen omega 6 en omega 3. Ook het seizoen en de kwaliteit van het beschikbare gras blijken verschil te kunnen maken. Een ei is dus niet simpelweg een ei.

Vers van de struik is ook echt iets anders. Een aardbei, framboos of bes die je rechtstreeks van de plant eet, is voor mij bijna niet te vergelijken met zachtfruit dat eerst geoogst, gekoeld, verpakt, vervoerd, opgeslagen, opnieuw vervoerd en uiteindelijk in een winkel gelegd is. Alleen al qua smaak vind ik dat een wereld van verschil.

Ik heb lang gedacht dat dat verse product automatisch ook veel voedzamer moest zijn. Daar blijkt de werkelijkheid iets ingewikkelder. Groenten en fruit blijven na de oogst biologisch actief. Vitamine C kan tijdens bewaring afnemen, terwijl mineralen en vezels veel stabieler zijn. Bovendien kunnen soort, ras, bodem, klimaat en teeltwijze minstens zo bepalend zijn. En ingevroren is niet automatisch slechter dan 'vers': in vergelijkend onderzoek waren waarden vaak vergelijkbaar en soms zelfs hoger in het ingevroren product.

Misschien gaat zelf voedsel produceren helemaal niet alleen over voedsel. Als ik naar de tuin loop om sla te halen, ben ik buiten geweest. Ik heb bewogen, zonlicht gezien en met mijn handen in de aarde gezeten. Als we met de kinderen eieren gaan rapen, zien zij dat een ei niet in een doosje ontstaat. Ze hoeven echt niet iedere keer enthousiast mee te helpen, maar ze maken het wel mee.

Onderzoek naar tuinieren laat zien dat het effect breder kan zijn dan alleen de hoeveelheid voedsel die uit een tuin komt. Reviews vinden verbanden met onder andere mentaal welzijn en fysieke activiteit. Bewegen, buiten zijn, ontspannen, natuurcontact en gezond eten komen er vanzelf in samen.

En dan is er nog de bodem. Ik eet een wortel uit onze eigen tuin gerust rechtstreeks uit de grond. Ik heb altijd het gevoel gehad dat we misschien veel te steriel zijn gaan leven. Er wordt steeds meer onderzocht wat blootstelling aan een biodiverse leefomgeving doet met onze eigen microbiota. In experimenten met kinderen leidde het toevoegen van biodiverse natuurlijke materialen aan stedelijke kinderopvangomgevingen tot veranderingen in de huidmicrobiota en in bepaalde markers van immuunregulatie.

Dat betekent niet dat ongewassen groenten eten bewezen gezonder is. Dat is mijn eigen gewoonte en geen gezondheidsadvies. Maar het grotere idee, dat een mens niet losstaat van de microbiële wereld om hem heen, vind ik ontzettend interessant.

Zelfvoorzienend leven is namelijk ook gewoon gedoe. Dieren moeten iedere dag eten en drinken. Ook als het regent, ook als je moe bent. Groenten wachten niet tot jij tijd hebt om te oogsten. En telen is pas het begin: invriezen, fermenteren, drogen, wecken, opslaan. Dat vind ik lang niet allemaal even leuk.

Maar de onverwachte chaos vind ik juist prachtig. We hebben ooit jonge kuikens naar buiten gedaan en precies toen kwam er een enorme plensbui. De kuikens kenden hun verrijdbare hok nog niet en stonden doorweekt in de regen. Dus wij ook naar buiten. Hetzelfde als de koeien uitbreken of de varkens ineens ergens lopen waar ze niet horen. Het komt nooit uit, en toch zijn het kleine mini-avonturen.

Zelfvoorzienend betekent voor mij niet dat ik alles zelf moet doen. Want waar houdt zelfvoorzienendheid op? Een walnotenboom heeft jaren nodig. Moet ik in de tussentijd geen walnoten eten? Ga ik voor een beetje melk een koe houden die iedere dag gemolken moet worden? En waarom stoppen we bij voedsel: mijn eigen wol, mijn eigen katoen, meubels uit eigen bos? Je kunt het ideaal zo ver doortrekken dat je al je tijd nodig hebt om zelfvoorzienend te zijn.

Misschien moeten we zelfvoorzienendheid anders definiëren. Mensen hebben altijd kennis, producten en arbeid uitgewisseld. Misschien gaat het veel meer om bewust kiezen welke dingen je zelf terug wilt halen in je leven. Voor de één zijn dat drie kippen in de achtertuin, voor een ander een moestuin van 100 vierkante meter, en weer iemand anders wil vooral weten van welke boer zijn vlees komt en hoe dat dier heeft geleefd.

Want kennis over voedselproductie is niet alleen nuttig als je het daarna zelf gaat produceren. Als je weet hoe een kip leeft, wat een koe eet, wat een bodem doet en hoe voedsel bewaard wordt, kun je bewustere keuzes maken over wat je aan een ander uitbesteedt. Niet onafhankelijk worden van andere mensen, maar minder afhankelijk van systemen waar ik niets meer van begrijp.

Tijd is namelijk ook een grondstof. Als ik iedere minuut aan voedsel produceren besteed, blijft er niets over voor mijn dieren, mijn kinderen, nieuwe ideeën of ontdekken. Maar ik vind het net zo vreemd om vrijwel al mijn tijd aan geld verdienen te besteden, zodat iemand anders al mijn primaire levensbehoeften produceert. Ergens tussen die twee uitersten ligt voor mij een veel interessantere manier van leven.

Een leven waarin mijn kinderen weten hoe je een ei raapt, hoe een wortel groeit en dat vlees ooit een dier was. Waarin ik voedsel kan bewaren als er overvloed is. Maar ook een leven waarin ik zonder schuldgevoel walnoten koop van iemand anders als mijn eigen boom nog tien jaar nodig heeft.

Wat wil ik zelf kunnen? Wat wil ik zelf doen? En voor wat ik niet zelf doe: van wie wil ik afhankelijk zijn? Als tijd en geld morgen geen rol meer zouden spelen: welk deel van jouw voedsel zou jij dan als eerste weer zelf willen produceren?

Meer over dit onderwerp